Kalfje #1

 

 

“Kalfje No.1” is een product van de dramatische gebeurtenis die van 27 januari 2002 tot op heden op het melkveebedrijf van de Gebr. Ammerlaan veel impact heeft gehad: BSE.

 

“Kalfje No.1” is een lichtpuntje in de toekomst, een nieuw begin...

 

27 Januari 2002 was een onvergetelijke, dramatische en donkere dag voor het bedrijf van de Gebr. Ammerlaan in Fijnaart. Er werd op deze dag BSE bij één van de koeien op het bedrijf geconstateerd. Alle hoop op een negatief resultaat van de 2de langzamere en definitieve test werd weggevaagd op 1 Februari om 4 uur ‘s middags. De klap was zeer groot en het viel de Gebr. Ammerlaan zwaar tijdens het melken te weten dat dit op de één na laatste melkgang was voor de op de boerderij geboren en getogen runderen.

Zaterdag 2 Februari, wat voor Prins Willem Alexander en Maxima de dag van hun leven was, was voor de Gebr. Ammerlaan de dag dat hun runderen, die ze door en door kenden, geruimd, afgemaakt en vernietigd werden. 30 jaar inspanning, prima fokmateriaal. Alles was tiptop in orde, de runderen waren ontzettend mak, mede door het bewust fokken op karakter. En afgezien van die ene koe waar BSE geconstateerd werd, was ieder dier kerngezond en latere onderzoeken wezen geen andere BSE-gevallen uit. Het idee dat vanwege één zieke koe de overige 195 runderen geruimd moesten worden maakte de hele toestand extra wrang.

Om 8 uur ‘s morgens, 2 Februari 2002 arriveerden de eerste mannen in groene pakken. Aangezien de transportwagens er nog niet waren moesten zij nog een tijdje wachten. Gelaten stonden zij afgezonderd van de getroffen familie te praten. Deze mannen wisten zelf ook niet hoe ze moesten reageren of wat ze moesten zeggen. De Gebr. Ammerlaan waren nog aan het melken toen de eerste transportwagen op het erf kwam rijden, er werd door de gezinsleden heen en weer tussen het erf en de melkkamer gelopen om de Gebr. Ammerlaan op de hoogte te houden van wat er allemaal op het erf gebeurde, wie er was en hoeveel. Eén groot circus was het. De eerste transportwagen was bedoeld voor het jongvee, pasgeboren kalfjes, wat oudere kalveren en wat pinken. Eén van de 2 Gebr. Ammerlaan en de zonen die het bedrijf over zouden nemen, hielpen met het opladen van de jonge dieren die nooit meer in de wei zouden rondlopen of zouden kunnen laten zien wat ze waard waren. Deze dieren hadden nog nooit in een transportwagen gestaan, geen enkele volwassen koe van het bedrijf.

Ondanks dat liepen ze toch vrij rustig de wagen in, niet wetend wat hun te wachten zou staan. De overige gezinsleden van de Gebr. Ammerlaan stonden met tranen in de ogen en een enorme pijn in het hart naar de ruiming te kijken. De jongveestal was leeg.....

De transportwagen keerde en de mannen zouden nu de jonge dieren die in de andere stal stonden gaan inladen. Het melken was ondertussen achter de rug en een anders zo netjes achtergelaten melkkamer zag er nu rommelig uit, en in de haast verlaten uit. De stemming werd grimmiger naarmate de ruiming vorderde. Er werd koffie ingeschonken om de mannen op te peppen. Hier en daar stond iemand die van zijn of haar lievelingskoe afscheid nam. De eerste volle wagen vertrok na zorgvuldige ontsmetting van de wielen.

Een tweede wagen reed achter de stal, om daar de rest op te kunnen laden. Het melkvee begon onrustig te worden, en ze loeiden uitgelaten, alsof ze dachten dat ze de wei in mochten, het was immers een zonnige dag. Hier en daar rende een koe heen en weer, helemaal enthousiast omdat ze dacht dat ze naar buiten mocht. Het was het moeilijkst voor iedereen toen het melkvee opgeladen werd. De Gebr. Ammerlaan kenden deze dieren stuk voor stuk van uiterlijk, maar ook van karakter, en vaak kenden ze de voorouders, hoe vaak ze gekalfd hadden, hoe de melkgift was, wat de gebreken waren, dit kenden ze helemaal uit hun hoofd. Langzaam zagen ze de stal leeglopen, de koeien werden de transportwagens ingeleid en een aantal keken door kleine openingen naar buiten, angstig loeiend en met bange ogen keken ze naar de mensen die ze zo goed kenden, en zo goed voor ze zorgden. Ze voelden zich duidelijk in de steek gelaten en snapten er niets van, ze dachten immers dat ze de wei in mochten.

De laatste melk, waar niets mis mee was, maar wat toch afgevoerd moest worden, werd opgehaald. De allerlaatste veewagen verliet het boerenerf met een kudde loeiende, bange dieren.

 

En toen was het stil....

Vernietigend stil..... 
 

In die stilte werd het tijd voor het begin van het verwerken van het grote verlies. In deze stilte was een blik naar een ander al genoeg om te weten wat er in die persoon omging. Verdriet, angst, gemis, dat kon je uit de ogen aflezen. In die stilte waren sommige gezinsleden even verdwenen, naar hun eigen wereldje. Anderen zaten aan tafel te staren met hun gedachten op een andere planeet, want daar leek deze absurde situatie wel enigzins op. Eén week lang absurd veel bezig met die ramp.

 

En dan opeens die stilte.....

 

Wat nu?

 

Verbazend groot is het vermogen van de Gebr. Ammerlaan om door te zetten. Dit is altijd zo geweest, maar nu kwam het daar op aan. “Kijk naar de toekomst, niet naar het verleden” was het motto van deze 2 uitstekende melkveehouders. Dit motto wisten ze ook nog eens heel goed over te brengen op hun vrouwen en kinderen, ondanks de pijn die ze nog dagelijks voelen.

De stal werd ontsmet, niet één maar 2 keer. De mussen die normaal door de stal vlogen en in de nok zaten te wachten tot ze wat van het voer konden pakken, waren na het ontsmetten ook ineens verdwenen. Zelfs het schrikdraadapparaat maakte geen geluid meer. De dingen die altijd zo vanzelfsprekend waren en nooit opvielen, vielen nu op omdat het er niet meer was.

2 maanden lang stonden de stallen leeg en dat betekende een slopende periode voor de Gebr. Ammerlaan en hun familie, vooral de eerst twee weken. De lege blik, starend in een lege stal, terwijl de beelden van de koeien die ze zo goed kenden nog in hun hoofd afspeelde. De beelden van de ruiming die nog zo pijnlijk op het netvlies gebrand staat, het niet kunnen slapen en de angst of er en hoe een nieuwe veestapel zal zijn.

Toch werden deze 2 maanden benut door aanpassing en modernisering van de stal en het zoeken naar nieuw vee. De aanpassing en modernisering van de stal was nodig, om het nieuwe vee zo goed mogelijk te ontvangen. Bijvoorbeeld koeherkenning, de Gebr. Ammerlaan kenden de oude koeien op hun duimpje, de nieuwe koeien zouden ze eigenlijk ook op hun duimpje moeten kennen om de koeien zo goed mogelijk te verzorgen. Aangezien dit natuurlijk niet kan met nieuw vee, was bijvoorbeeld ‘koeherkenning’ de ideale oplossing. 

Met gemengde gevoelens werd er op 2 April 2002 nieuw vee ontvangen op het bedrijf. Deze dieren waren opgegroeid op andere bedrijven en niet gewend aan een andere stalinrichting. Vanaf het moment dat de nieuwe runderen één voor één hun nieuwe onderkomen ingejaagd werden, merkten de melkveehouders dat ze de roosters niet gewend waren, maar een dichte vloer. Ze vonden die spleten in de vloer doodeng en probeerden deze zoveel mogelijk te ontwijken. Dit zag er heel gek uit, kop naar beneden, ogen op de vloer gericht, en zoveel mogelijk op een vaste vloer te proberen te lopen. Ze leken zich te gedragen als dronkelappen. De Gebr. Ammerlaan kenden de dieren niet en de dieren de Gebr. Ammerlaan niet. Enerzijds voelden de 2 gezinnen de vreugde van een volle stal, anderzijds waren de dieren anders van karakter en moesten de dieren en de boeren aan elkaar wennen. 

Er wordt weinig meer over het hele gebeuren gepraat, maar toch speelt het op bepaalde momenten nog door het hoofd. BSE heeft een litteken achtergelaten. Dit litteken zal wel vervagen maar zal nooit helemaal weggaan. De buitenwereld zal het litteken na verloop van tijd niet meer zien, maar zelf zien de Gebr. Ammerlaan het nog dagelijks...

 

Ontstaan van het idee “Kalfje no.1”

Zo heeft Beeldend kunstenaar Anita Ammerlaan de 2 maanden na de ruiming niet geschilderd. Video was voor haar de enige manier in die periode om het van haar af te kunnen zetten. Na het filmen van de komst van het nieuwe vee heeft ze de videobanden in de kast gelegd. Misschien grijpt ze er later nog eens op terug als ze er klaar voor is de beelden weer terug te zien. Naar de toekomst kijken en doorzettingsvermogen.... De dag dat de stallen weer behuisd werden door runderen ontstond bij Anita het idee om dit op een symbolische manier te verbeelden.

2 April 2002 staat voor de Gebr. Ammerlaan in het teken van nieuw leven in de stallen, voor een nieuw begin. Een kalfje is ook een nieuw begin, een nieuw leven. Anita besloot om van dit kalfje , dit nieuwe leven, een beeld te maken. De Gebr. Ammerlaan hebben altijd een lichtpuntje in de toekomst gezien en daar vastberaden aan vastgehouden. Een nieuw leven, een nieuw begin was het lichtpuntje wat ze uiteindelijk ook vonden .....op 2 April 2002. 

 

Het “Kalfje No.1” symboliseert het nieuwe begin, een lichtpuntje, nieuw leven in de stal, leven na BSE.

 

Het idee achter “Kalfje No.1” blijft eigenlijk altijd gelden, kijken naar de toekomst, er is altijd wel een lichtpuntje, ook al kan het ver zijn. Dit kalfje symboliseert op deze manier ieder lichtpuntje na iedere rottige gebeurtenis. “Kalfje No.1” is ondertussen een algemeen lichtpuntje geworden, een algemeen nieuw begin... 

 

© Anita Ammerlaan 2002-2011

 

                                                   

 

 

 

 

 

Koeien-Kunst